Soms op een onbewaakt moment, denk ik bij mezelf: “Kereltje, waar ben je nu weer aan begonnen.”, maar deze gedachte verdringt zich algauw bij de gedachte aan kameraadschap. Drie dagen de hort op met vrienden van de hogeschool en De Pelgrims als perfect alibi. Het zal spetteren, het zal vonken geven, maar er zullen ook momenten van heimwee ons tegemoet komen. Die momenten zullen dan vooral aangedreven worden door de pijn aan onze liefelijke voetjes. Op die momenten zijn er twee oplossingen, ofwel de pijn verzuipen, ofwel een lied aanheffen. Een combinatie van de twee lijkt me nog de meest vruchtbare.
Het gevoel van heimwee zal nog versterkt worden als de absolute klassieker van Johnny Hoes uit onze keeltjes zal schallen. Och, Was Ik Maar Bij Moeder Thuis Gebleven, is met 450 000 verkochte exemplaren één van de succesrijkste levensliederen ooit.
Och, was ik maar bij moeder thuis gebleven,
och, was ik maar met jou niet meegegaan.
Och, had ik naar jouw ogen niet gekeken,
dan had mijn hart nu niet zo’n pijn gedaan.
Ik kan niet slapen en niet eten,
want ik kan je niet vergeten
met je rode mond,
je blauwe ogen,
je haar zo blond.
Och, was ik maar bij moeder thuis gebleven.
och, was ik maar met jou niet meegegaan.
Toen ik van verlof kwam, trof ik in de trein
‘t allerliefste meisje, die mooie Madelein.
Ik heb mijn hart verloren, zij gaf mij haar woord.
Maar gisterenavond stond ze met een ander aan de poort.
Och, was ik maar bij moeder thuis gebleven,
Och, was ik maar met jou niet meegegaan.
och, had ik naar jouw ogen niet gekeken,
dan had mijn hart nu niet zo’n pijn gedaan.
Ik kan niet slapen en niet eten,
want ik kan je niet vergeten
met je rode mond,
je blauwe ogen,
je haar zo blond.
Och, was ik maar bij moeder thuis gebleven,
Och, was ik maar met jou niet meegegaan.
och, had ik naar jouw ogen niet gekeken,
dan had mijn hart nu niet zo’n pijn gedaan.